Vermogensbeheer

Doelstelling
Om de pensioenuitkeringen op korte en lange termijn veilig te stellen wenst het bestuur van het pensioenfonds de toevertrouwde middelen op een verantwoorde en solide wijze te beleggen. Dit komt in grote mate overeen met de prudent persoon gedachte conform de Europese richtlijnen. Hoewel het rendement op de portefeuille een hoge prioriteit heeft, staan een defensief karakter van het beleggingsbeleid en een voorzichtige afweging van risico en rendement voorop. Om de doelstelling te realiseren voert het pensioenfonds een ‘actieve’ beleggingsstijl. Dat wil zeggen dat zij binnen de vastgestelde beperkingen op basis van marktvisie een hoger rendement probeert te behalen dan de performance van de benchmarks. Het pensioenfonds belegt wereldwijd in aandelen, vastrentende waarden en alternatieve beleggingsvormen zoals onroerendgoedfondsen, private equity, convertibles en commodities.


Uitvoering beleggingsbeleid
Het bestuur is verantwoordelijk voor het strategische beleggingsbeleid. Hieronder wordt verstaan de vaststelling van het doel en de stijl van het beleggingsbeleid, de strategische beleggingsportefeuille en de strategische bandbreedtes, de selectie en aanstelling van de vermogensbeheerders. Het bestuur wordt bijgestaan door de beleggingscommissie.

De beleggingscommissie heeft een voorbereidende en adviserende rol op het gebied van het strategische beleggingsbeleid richting het bestuur. Daarnaast is de beleggingscommissie verantwoordelijk voor de nadere (tactische) invulling van het beleggingsbeleid evenals voor de uitvoering van het strategische beleggingsbeleid. Hieronder wordt verstaan het vaststellen van de specifieke richtlijnen voor de deelportefeuilles, het opstellen van het mandaat voor de vermogensbeheerders, het toetsen en evalueren van het gevoerde en te voeren beleid van de vermogensbeheerders, het onderhouden van contacten met adviseurs, het bijhouden van beleggingstechnische kennis en het informeren van het bestuur. De beleggingscommissie vergadert minimaal vier keer per jaar.

Het bestuur heeft meerdere externe vermogensbeheerders aangesteld om binnen de doelstellingen het tactische en operationele beleggingsbeleid uit te voeren. De bewaarneming van effecten vindt plaats bij de custiodian. De custodian fungeert tevens als de beheerder van onderpand bij eventuele swap overlays.


Risicometing en beheersing
Het bestuur heeft randvoorwaarden opgesteld voor de risicobeheersing, deze beperkingen dienen door de vermogensbeheerders te worden gerespecteerd. De beleggingscommissie controleert op basis van rapportages van de vermogensbeheerders, de “fundmanager watch” en de performance meting van de custiodian of deze voorwaarden worden nageleefd. De vermogensbeheerders sturen maandelijks rapportages aan het pensioenfonds.

Het bestuur heeft de uitgangspunten van het beleggingsbeleid van het fonds vastgelegd in een verklaring van beleggingsbeginselen.